Pestprotocol

Dit pestprotocol heeft als doel: “Alle kinderen moeten zich in onze vereniging veilig voelen, zodat ze zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels en afspraken. Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen, stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier te komen trainen. Het is belangrijk om het onderwerp pesten regelmatig aan de orde te laten komen, zodat het ook preventief kan werken. Hoe willen we daarmee omgaan? Het is belangrijk om pesten te voorkomen of binnen de perken te houden door het afspreken van regels voor de kinderen. De trainer heeft hierbij een voorbeeldfunctie.

Signalen van pesterijen kunnen zijn: Altijd een bijnaam noemen, nooit bij de eigen naam noemen. Zogenaamd leuke opmerkingen maken over kinderen. Een kind  voortdurend ergens de schuld van geven. Beledigen. Opmerkingen maken over kleding/uiterlijk. Buitensluiten. Isoleren. Spullen afpakken. Schelden en schreeuwen tegen het slachtoffer. Sociaal mediamisbruik.

 

Trainers moeten daarom alert zijn en blijven op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen wanneer bepaalde gedragingen hun norm overschrijden.

 

Belangrijke stelregels:

Regel 1: Het inschakelen van de trainer moet niet opgevat worden als klikken. Als je ruzie hebt of je wordt gepest en je komt er zelf niet uit dan mag je de hulp van de trainer vragen

Regel 2: Een ander kind heeft ook de verantwoordelijkheid om het pestprobleem aan te kaarten bij de trainer. Alle kinderen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.

Regel 3: Samenwerking zonder bemoeienissen: Het is niet de bedoeling dat ouders zelf problemen gaan oplossen, die er zich binnen de vereniging afspelen tussen kinderen. Van ouders wordt wel veracht dat ze signalen doorgeven. Bij problemen van pesten zullen trainers/begeleiders hun verantwoordelijkheid moeten nemen en overleg moeten voeren met ouders, indien nodig. De inbreng van de ouders blijft niet beperkt tot het aanreiken van informatie, of het geven van suggesties maar tot het ondersteunen van de aanpak binnen de vereniging.

 

Regels die gelden in alle groepen:

We vertrouwen elkaar. We helpen elkaar. Je speelt niet de baas We lachen elkaar niet uit. Je bent niet zielig. Kom niet aan een ander als de ander dat niet wil. We noemen elkaar bij voornaam en gebruiken geen bijnamen. Word je gepest praat er thuis of binnen de vereniging over, je moet het niet geheimhouden. Wees zuinig op andermans spullen. Doe niets bij een ander kind, wat je zelf ook niet prettig zou vinden.

 

Aanpak van het pestgedrag: Wanneer kinderen elkaar pesten proberen zij en wij:

Stap 1: Er eerst zelf (en samen) uit te komen.

Stap 2: Op het moment dat een van de kinderen er niet uitkomt (in feite het onderspit delft en verliezer of zondebok wordt) heeft deze het recht en de plicht het probleem aan trainer te melden.

Stap 3: De trainer brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderinggesprek en probeert samen met hen de pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.

Stap 4: Bij herhaling van pesterijen tussen dezelfde kinderen volgt een gesprek met ouders.

 

Begeleiding van gepeste speler/speelster:

-Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt je gepest.

-Nagaan hoe de speler/speelster zelf reageert, wat doet hij/zij voor, tijdens en na het pesten

-Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een Pester wil uitlokken.

-De speler/speelster laten inzien dat je beter op een andere manier kunt reageren.

-Zoeken of oefenen van een andere reactie b.v. je afzonderen. Het gepeste kind laten inzien waarom een kind pest.

-Nagaan welke oplossing het kind zelf wil. Sterke kanten van het kind benadrukken. Belonen (schouderklopje) als het kind zich anders/beter opstelt.

Praten met ouders van het gepeste kind en de ouders van de Pester(s). Het gepeste kind niet over beschermen bijv. door altijd een oogje in het zeil te houden of ik zal het de Pester weleens gaan vertellen”. Hiermee plaats je het gepeste kind juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog kan gaan toe nemen.

 

Begeleiding van de Pester

-Praten en zoeken naar de reden van ruzie maken/pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen)

-Laten inzien wat het effect van zijn/haar gedrag is voor de gepeste. Excuses aan laten bieden. In laten zien welke sterke, leuke kanten de gepeste heeft.

-Pesten is verboden binnen onze vereniging wij houden ons aan de regels; praten als het kind pest, belonen als het kind zich aan de regels houdt.

-Het kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen

-Contact tussen ouders en vereniging, elkaar informeren en overleggen.

-Inleven in het kind; wat is de oorzaak?

-Kind laten ervaren dat contact met andere kinderen leuk is.